|
|
Er zijn wat vragen over het notenschrift binnen gekomen. Ik heb het een en ander uitgezocht en geprobeerd om ze zo duidelijk mogelijk te beschrijven.
| Notenbalk |

Deze 5 lijntjes is het begin als we muziek
gaan schrijven, ook wel notenbalk genoemd. Ze worden van onder naar boven
geteld.
| Sleutel |
Op die notenbalk starten we met een G of F sleutel, die zien er als volgt uit:
de g-sleutel of vioolsleutel, wordt gebruikt bij sopraan, alt en tenor
partijen
de f-sleutel of bassleutel, wordt bij bas en soms tenoren gebruikt.
| Maten: |
Maten hebben we nodig om te weten hoe snel een nummer moet gaan. Het is niet zo dat alle maten dan ook even snel gaan, zo zal een vierkwartsmaat op een house nummer sneller gaan dan een vierkwartsmaat op een ballade, die gaat natuurlijk langzamer. Je hebt ook een driekwartsmaat, die wil ik even uitlichten. Je hebt allemaal wel eens van de Weense wals gehoord. Dat is een driekwarts maat. Om te ontdekken of een nummer een vierkwarts maat is of een driekwart maat, moet je maar eens mee tellen, op een vierkwarts maat tel je 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. en een driekwarts maat tel je 1, 2, 3. 1, 2, 3 Dit kun je doen door te klappen of met je voorvoet op de grond te tikken. Celina laat ons in het begin van een nummer zien hoe snel het nummer gaat. Je moet maar eens op haar handen letten.
Ik laat wat voorbeelden van maten zien.
of

twee kwarts maat, 2 tellen in één maat
(in dit voorbeeld is de 1e noot 1 tel en het 2e en 3e nootje een halve, aan
elkaar is weer 1 tel)
(ezelsbruggetje hup _ pe _ len)

drie kwarts maat, 3 tellen in
één maat
(in dit voorbeeld is de 1e noot 2 tellen en de 2e noot 1 tel)
Wals tempo 1, 2, 3. 1, 2, 3.
of

kan ook als vier kwarts maat, 4 tellen in één maat
(in dit voorbeeld is de 1e noot 2 tellen en de 2e noot ook 2 tellen, er kunnen
ook 4 noten van 1 tel staan of 8 noten van een halve tel)
Naast de maat heb je ook nog de duur van een noot. Je kijkt eerst naar de maat aanduiding voor aan de notenbalk, we gaan even uit van een vierkwarts maat. We weten dat er 4 noten (tellen) in een maat zitten. Die noten kunnen als volgt worden opgebouwd.

4 t.
2 t. 1 t.
1/2 t.
3 t. * t. is tellen
Zo ziet dat eruit:


(Een ezelsbruggetje
ééééén ne drie vier.)
* Foefjes om noten langer te maken
boog teken ( 2 tellen aan elkaar)
deze noot duurt 3 tellen (de open noot duurt 2 tellen en de punt 1 tel)
| Noten |
Daarna gaan we noten schrijven:
De noten worden A B C D E F en G.
genoemd naar de eerste 7 letters van het alfabet. Na de G komt dan weer A.
Voor het gemak begin ik altijd met de lage C omdat ik die makkelijk kan
vinden.
In opklimmende volgorde: C D E F G A B C(D E F G A B C) enz. De toon gaat
iedere keer een halve lijn omhoog/omlaag. De C. toonladder ziet er als volgt
uit:

C
D E F
G A B
C
De noten staan op een vaste plaats, je ziet bij de c dat er een hulplijntje
is gebruikt, die worden voor lage en hoge noten gebruikt.

De noten in bovenstaande notenbalken geven aan dat de C in de bovenste
notenbalk met g sleutel dezelfde toonhoogte heeft als de C in de notenbalk met
de f sleutel.
* Wat zijn die rare tekens voor de noten?
Kruisteken, verhoogd een halve toon
Molteken, verlaagd een halve toon
(staat het kruis of mol teken bij de muzieksleutel dan geld dit voor de hele
regel)
(staat het kruis of mol teken bij de muzieknoot dan geld dit alleen voor die
noot)
Herstellingsteken, herstel alle voorgaande kruizen en mollen.
(Staat altijd bij de noot,nooit bij de muzieksleutel)
| Rust tekens |
![]()
hele
halve kwart
8e
16e 32
Rust
| Herhalen van een muziekstuk met een herhalingsteken |

Het bovenstaande voorbeeld laat een situatie met een herhalingteken zien. De
notenbalk speelt eerst met 1, de 2e keer wordt 1 niet gespeeld en gaat men
over naar 2.
Einde van een muziekstuk |

Een muziekstuk wordt altijd afgesloten met een dubbele maat streep (1 dun en 1
dik)
| Harder en zachter |
![]()
crescendo (cresc.) | decrescendo (decresc.) | diminuendo (dim.)
sterker worden | zachter worden
| Articulatietekens |
Een articulatieteken is een teken in de muzieknotatie waarmee de nootduur en de te spelen sterkte van een noot nader te specificeren is. Combinatie van beide is ook mogelijk.
Marcato (zoals je iets met een klemtoon zegt.)
Marcato is een teken waarmee aangegeven wordt dat de noot waarboven een
marcatoteken geplaatst is maximaal aangezet en benadrukt moet worden.

Marcato wordt genoteerd met een > voor een sterke aanzet of een ^ voor matige
aanzet
Staccato (pinnig zingen)
Staccato is een term, die aangeeft dat de noten los van elkaar gespeeld
moeten worden. De lengte van elke noot wordt korter en er is een korte stilte
hoorbaar tussen elke twee noten.
Het tempo van het muziekstuk blijft hierbij gelijk.
Staccato wordt genoteerd met een punt boven elke noot. Het wordt een enkele keer ook wel afgekort met stacc.