| A-capella
|
Zingen zonder instrumentale begeleiding, meestal in een
koor. |
| Alt (A)
|
Laagste vrouwenstem (Midhoog) |
| Arrangement |
Een instrumentale
bewerking van een muziekstuk voor een andere bezetting dan waarvoor het
oorspronkelijk is gecomponeerd. De melodie wordt bijvoorbeeld door andere
instrumenten spelen, of een rustig nummer wordt omgezet in een snelle,
swingende versie. Het muziekstuk klinkt in elk geval anders dan het
originele stuk. |
| Bas (B)
|
Laagste mannenstem,
waarbij de combinatie van laagte en donker timbre van belang is. (Laag) |
| Bariton
|
Middelste mannenstem |
| Baton |
Dun stokje waarmee
de dirigent het orkest leidt. |
| Cadans |
Ritme, beweging op
basis van ritmische accenten |
| Choir of chorus
|
Koor |
| Concert |
Optreden van een
orkest, groep of zanger |
| Dirigent |
Leidt het orkest,
ensemble of koor. Bepaalt het tempo en hoe er gespeeld moet worden. |
| Forte
|
Sterk, hard |
| Fortissimo
|
zeer sterk, zeer hard |
| Forte piano |
Sterk en meteen weer zacht |
| Koor |
Grote groep zangers
mannen als vrouwen die hun eigen stem (sopraan, alt, tenor, bas) zingen.
Kunnen ook een achtergrondbezetting vormen voor bijvoorbeeld een orkest of
opera. |
| Kopstem |
Uw 'tweede' stem |
| Larynx |
Strottenhoofd |
| Lied |
Dé muziekstijl van
deze tijd: refrein met 1 of meerdere strofen. |
| Marcato |
Sterke klemtoon |
| Melodie |
Een opeenvolging van
tonen die samen één geheel vormen |
| Metronoom |
Kastje met een
slinger die het tempo exact aangeeft |
|
Mezzo forte
|
Tamelijk sterk, tamelijk hard |
|
Mezzo piano (mp) |
Tamelijk zacht |
| Mezzo-sopraan |
middelste vrouwenstem |
|
Mezza voce
|
Met halve (zachte) stem |
|
Morendo
|
Wegstervend |
| Opstelling |
De wijze waarop de
dirigent het orkest schikt |
| Pop |
Staat voor "populaire
muziek". Muziekstijl vanaf de 60'er jaren |
|
Più
forte |
Sterk |
|
Pianissimo (pp) |
Zeer zacht |
|
Piano (p)
|
Zacht |
| Sopraan (S)
|
Hoogste vrouwenstem.
Er zijn in deze stemsoort verschillende soorten sopranen: de
coloratuursopraan, de dramatische sopraan, de hoogdramatische sopraan, de
lyrische sopraan, de jeugdig dramatische sopraan en de soubrette. (Hoog) |
| Stemsoort |
De zes zangstemmen:
sopraan, mezzosopraan, alt, tenor, bariton en bas |
| Tempo |
De snelheid waarmee
een muziekstuk wordt gespeeld |
| Tenor (T)
|
De hoogste
mannenstem. Klinkt een oktaaf lager dan de sopraan. Ook in deze stemsoort
zijn er verschillende soorten tenoren: de tenore di forza, de heldentenor,
de lyrische tenor, de speeltenor, de tenor spinto, de buffotenor, de
karaktertenor en de tenore brillante. (Midlaag) |
| Troubadour |
Rondtrekkende
muzikant in de middeleeuwen |
| Vals |
Iets te hoog of iets te laag zingen van een
toon. Het niet bereiken van een bepaalde toon. |
| Vocaal |
Muziek uitgevoerd door stemmen |
| Volkslied |
Traditioneel lied waarvan de componist vaak
niet meer bekend is, maar dat in het hoofd van de mensen voortleeft. |